KASBOEK II high-tea-discussie-performance

De ruimte van stichting KOP fungeerde als installatieruimte. In KASBOEK II werd deze ruimte benaderd als een blanco pagina van een kasboekje. Tijdens de tentoonstelling ontstond er een compositie in de ruimte door de interactie tussen de kunstenaars, hun werk en het publiek. Deze compositie op het snijvlak van kunst en commercie gaf gelegenheid tot het stellen van vragen. Hoe wordt een expositie als deze benaderd? Als installatie in een museum, als galerie waar men kunstobjecten koopt of als een nieuwe ervaring omdat het geen van beiden is en allebei tegelijkertijd? Welke waarde dichten we hieraan toe? En tegen welke prijs?

De samenwerking tussen Postma, Van Berkel en Postma creëert cross-overs in hedendaagse beeldende en toegepaste kunst. Op de expositie KASBOEK II werden juwelen, grafische kunst, schilderkunst, tekeningen, foto’s en audiovisueel werk geëxposeerd. Alle disciplines dragen hun eigen prijskaartje en bepalen mede de uitkomst van het kasboek. De actuele economische situatie sluit aan op het concept van het KASBOEKcollectief. Hoe ontwikkelt de kunstwereld zich in tijden van teruggang? Waar blijft betekenis als men zich enkel richt op waarde? En hoe waarborgt de kunstenaar betekenis en maatschappelijke of culturele relevantie als zijn of haar kunst wel of geen commerciële waarde heeft? Als finale van KASBOEK II tijdens de High-Tea-discussie-performance voerde het KASBOEKcollectief deze discussie met toonaangevende vertegenwoordigers uit de kunstwereld. Voor de discussie werden vertegenwoordigers het bedrijfsleven, de Politiek, de kunstwereld en de filosofie uitgenodigd om aan de bijzonder gedekte KASBOEKtafel plaats te nemen. Met deze discussie ontstond er een proces dat meer opbrengt dan de som der delen.

Nooit meer wijdepijpentijd

Breda, 23 mei 2009 – Wie in de kunst begint, is er bij gebaat als hij wat verzint. Dat klinkt vanzelfsprekend, omdat het rijmt, en wat kun je nu beter doen in de kunst dan iets verzinnen? Het ligt minder voor de hand dan het lijkt. Vrijwel alle kunstenaars doen namelijk hetzelfde. Ze maken wel verschillend werk, maar toch pakt iedereen zijn kunstenaarspraktijkongeveer hetzelfde aan. Dat het ook anders kan laten Jojanneke en Cathalijne Postma zien, samen met Debbie van Berkel. In de eerste plaats doen ze niet alledrie ongeveer hetzelfde: de een maakt schilderijen, de ander juwelen van sculpturen of sculpturen van juwelen en de derde is grafisch ontwerper. In hun afzonderlijke disciplines hebben ze in feite niets met elkaar te maken, maar in de menselijke omgang des te meer. Jojanneke en Cathalijne zijn zussen en daar zit Debbie van Berkel dan tussen. Zij woont namelijk in Roosendaal, Jojanneke in Den Haag en Cathalijne in Antwerpen. Doordat ze via gezamenlijke schetsboeken hun beeldende gedachtegoed uitwisselen, zitten ze toch voortdurend op elkaars terrein. Voor die schetsen gebruiken ze kasboekjes. Wat de een uitgeeft, boekt de ander in. Ze nemen elkaar de maat en maken de balans op. Ze leggen daarmee rekenschap af. Ze hebben besloten hun kasboeken openbaar te maken in de vorm van publieke presentaties in verschillende steden. In Breda is hun tweede presentatie te zien. De eerste was in Antwerpen. Kasboek beweegt zich dus in de tijd van het een naar het ander. Kasboek is onderweg.

Het moeilijkste van deze vorm van samenwerking is dat je binnen het collectief ieder afzonderlijk ook tot je recht moet komen. Dat vergt flexibiliteit en principes. Die kunnen met elkaar in tegenspraak zijn. Principes zijn vaak niet zo flexibel. Of flexibiliteit moet je principe zijn.

Wat er bij Kasboek gebeurt, is dat in de samenwerking vooral de vrije ruimte wordt gezocht, de ruimte er tussenin. Je ziet dat Jojanneke, Debbie en Cathalijne voortdurend naar elkaar onderweg zijn. Het gaat er niet om waar ze vandaan komen en waar ze aankomen, maar hoe ze elkaar tegen komen. Als de een naar de ander onderweg is, kun je elkaar ook zomaar voorbij rijden.

In de kasboeken die ze tot nu toe hebben gemaakt, zie je dat het volume van ieder schetsboekje toeneemt. De pagina’s staan steeds verder open om te kunnen bevatten wat er in wordt opgenomen. Het kasboekje barst uit zijn voegen.

Jojanneke, Debbie en Cathalijne laten zien waar ze voor staan, waar ze nu zijn, waar ze vandaan komen, en wat hun voornemen is. Ze veroorzaken daarmee beelden waar je niet op bedacht bent.

Wat ze alleen niet zijn, zijn ze samen.
Zo veroorzaken ze wat ze zelf bedenken.

Zoals:

meer

Achter ieder woord zit wel een waarom en omdat,
in ieder beeld een waar en wanneer
en in ieder mens een wie of wat.
Je hebt een vraag en een antwoord,
een plaats en de tijd,
een persoon en een functie.
Je kunt voor alles bepalen,
wat eraan vooraf gaat
en wat erna zal komen.
Onderweg zit je er tussenin.

De kunst is nog maar net begonnen
en weet vooralsnog

beter waar ze vandaan komt
dan waar ze naartoe gaat.
Je zit dichtbij de bron, ver van je bestemming
en van wat je voor ogen hebt
is het meeste nog uit zicht.
Voor wat je werkelijk wilt zien,
moet je om de hoek kunnen kijken.

Wat je ondergaat,
is nog niet gemaakt.
Alles wat van nu is, gaat voorbij.
Het is nooit meer wijde pijpen tijd.

Ze wijden zich aan het uitzichtloze,
het onbekende waar we niets van weten.
Alles waarin ze zich nog niet herkennen,
ligt in het verschiet.

Door alles om zich heen te verplaatsen,
kunnen ze blijven waar ze zijn.
Ze zijn in Antwerpen, Roosendaal en Den Haag
en vooral overal elders, want ergens is nog nergens.

Ze weten dat ze er pas zullen zijn,
als ze eraan voorbij durven gaan.
Je bent er pas
als je bestemming achter je ligt.
Dan ben je verder dan je van tevoren had gedacht.

Terugkeren, zeker op je schreden,
is er niet meer bij.
Waar je op terugkomt, is hooguit nog wat voor je ligt.

Het ergste onderweg is stoppen voordat je er bent.
Dat heet oponthoud.
Juist wat je daarvan onthoudt,
wil je vergeten.

Wat je eens dierbaar was,
is nu in prijs verlaagd.
Wat er waardeloos bij heeft gelegen,
krijgt een andere bestemming.
In de spiegel ben je jezelf niet meer
als je er eenmaal een ander in ziet.

Het beeld is soms een verschijning.
Het staat tussen alles in.
Het ligt om de bocht die je nog niet hebt genomen,
op de volgende pagina,
in de ring die je morgen past krijgt.

Het beeld staat tussen hen in.
Het is geen spiegelbeeld,
noch het oog dat er naar kijkt.
Het is wat je aan zou willen raken
als het maar tastbaar was.

Het onzichtbare, het onbestaanbare
dat hooguit een vermoeden is,
kan gestalte krijgen
in wat je juist niet laat zien.
Een beeld van een herinnering,
krijgt de gedaante van een verwachting.
In het beeld zelf vind je niet wat je denkt te zien.

Een gebakje met een bril op.
Een vogel op een tak.

Een ring aan een potje.
Een schoteltje aan een kopje.
Een broche op de lijntjes.
Mist in het licht.
De balans van het ongerijmde.

Nu nog twintig g’s:

goed
groepje
graag
gretig
gaaf
gaar
galapagos
gargantuesk
gigantisch
gastronomisch
grafisch
gebaar
gunstig
grondig
grappig
geel
groen
grijs
grauw
goud

Jammer dat Kasboek
niet met een g begint.
Een mooie zin
voor in het Gastenboek.

minder

Alex de Vries